HRM wijzigingen per 1 jan. 2018 | Wet- en Regelgeving

Evy van Gool | HRM101 BV

Voor eenieder natuurlijk nog een prachtig 2018 gewenst in goede gezondheid, met veel liefde en (zakelijk) succes.

Het begin van een nieuw jaar betekent meestal ook een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving. Onderstaand de belangrijkste wijzigingen op het gebied van HRM, kort samengevat.

De voorgenomen wijzigingen n.a.v. de formatie van het nieuwe Kabinet moeten nog definitief gemaakt worden. Zodra deze (evt. met terugwerkende kracht) geëffectueerd worden, zullen wij jullie hier uiteraard weer van op de hoogte stellen.

Wijzigingen met betrekking tot het minimumloon

  • Per 1 januari 2018 is het wettelijk minimumloon verder omhooggegaan. Dit houdt in dat het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een fulltime dienstverband vanaf nu € 1.578,00 per maand bedraagt.
  • Vanaf 1 januari 2018 moeten werkgevers ten minste het minimumloon betalen voor overwerk, omdat overwerk vanaf nu onder het wettelijk minimumloon valt. Daarnaast moet ook het vakantiegeld berekend worden over de uitbetaalde overuren. Vanaf 1 januari 2018 moet door werkgevers dus gemiddeld minstens het minimumloon betaald worden voor overwerkuren.
  • Ook moet per 1 januari 2018 8% vakantietoeslag uitbetaald worden over de door de werknemer extra gewerkte uren.
  • Ook hebben zelfstandige opdrachtnemers per 1 januari 2018 recht op het wettelijk minimumloon. Het gaat hierbij dan om personen die niet in dienst bij werkgevers zijn en dus geen arbeidsovereenkomst hebben, maar om personen die werken op basis van een overeenkomst van opdracht (OVO) of een andere overeenkomst tegen beloning, zoals een aanneemovereenkomst, uitgeefovereenkomst, of vervoersovereenkomst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan postbezorgers of onderaannemers.
  • Wat voor werkgevers verder nog van belang is, is dat het minimumloon niet geldt voor zelfstandig ondernemers (zzp’ers) die je inhuurt, zij mogen namelijk zelf hun tarieven bepalen.

AOW-leeftijd

  • De AOW-leeftijd stijgt per 1 januari 2018 naar 66 jaar. Hierbij blijft de AOW-leeftijd tot en met 2021 trapsgewijs stijgen tot 67 jaar. Deze stijging van de AOW-leeftijd heeft gevolgen voor werkgevers met oudere werknemers in dienst; let op wanneer deze medewerkers recht hebben op hun AOW-uitkering.

Loonkostenvoordelen (LKV)

Voor werkgevers verdwijnen op 1 januari 2018 de premiekortingen voor jongere, oudere en arbeidsgehandicapte werknemers. Hiervoor komen loonkostenvoordelen (LKV) in de plaats.

  • Vanaf 2018 geldt voor werkgevers loonkostenvoordeel (LKV) als zij oudere werknemers en/of werknemers met een arbeidsbeperking vanuit een uitkeringssituatie in dienst nemen (of houden).
  • Om bedrijven te stimuleren meer jongeren aan te nemen, kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 daarnaast een tegemoetkoming krijgen voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar, dit wordt het het jeugd-LIV (lage-inkomensvoordeel) genoemd. Deze tegemoetkoming compenseert werkgevers voor de eerdergenoemde verhoging van het minimumjeugdloon. Voor werknemers van 22 jaar kunnen werkgevers een tegemoetkoming krijgen via het LIV.

Stukloon

  • Voor alle werkgevers die hun werknemers betalen op basis van stukloon veranderen de regels per 1 januari 2018. Uitbetaling op basis van stukloon blijft mogelijk, maar werknemers verdienen vanaf nu tenminste het minimumloon per gewerkt uur.
  • Het kan zijn dat er afwijkende regels gelden voor stukloon, voor bepaalde werkzaamheden in een sector is het namelijk mogelijk om af te wijken van de regels voor stukloon. Het gaat om werkzaamheden waarbij werkgevers onvoldoende toezicht kunnen houden op de werkzaamheden van een werknemer en de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft om zelf de werkzaamheden in te richten.

No-risk premie zieke 56-plusser

  • Als je als werkgever een werknemer in dienst neemt van 56 jaar of ouder, krijg je volledige compensatie van de loonkosten als deze werknemer uitvalt wegens ziekte. Het gaat dan om personen die één jaar werkloos waren en een WW-uitkering ontvingen. Het UWV neemt de doorbetaling van het loon van de werknemer bij ziekte over. Ook leidt ziekte van dit soort werknemers niet tot een hogere premie voor de ziektewet. Deze maatregel ontzorgt werkgevers en duurt van 1 januari 2018 tot eind 2019.

Bronnen: Ondernemen met Personeel, Personeelsnet, Ondernemersplein.nl, Rijksoverheid