WKR optimaal toepassen door gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen

Gijs van Zon | HRM101 BV

Al enige tijd weer is de Werkkostenregeling (WKR) van kracht. De regeling is sinds 1 januari 2015 verplicht voor iedere werkgever. Toch merken we dat de WKR nog niet door alle werkgevers (volledig) correct wordt toegepast. Dit kan werkgevers onnodig veel geld kosten.

De Belastingdienst is redelijk duidelijk in wat de WKR betekent voor werkgevers: ‘De WKR vervangt de regeling voor vrije vergoedingen en verstrekkingen en is sinds 1 januari 2015 verplicht voor elke werkgever. De WKR geldt voor alle vergoedingen, verstrekkingen en ter beschikking gestelde voorzieningen die tot het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking horen.’

Binnen de WKR kunnen werkgevers maximaal 1,2% van hun totale fiscale loon (de vrije ruimte) besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor hun werknemers. Let wel: als werkgevers de 1,2% overschrijden, dient over het meerdere 80% eindheffing te worden betaald.

Het is dus van belang om hier actief en nauwkeurig op te sturen. Hiertoe is het bijvoorbeeld van belang om optimaal gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen. De volgende vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn onder bepaalde voorwaarden gerichte vrijstellingen en tellen dus niet op in de 1,2% vrije ruimte:

  • Tijdelijk verblijf voor de dienstbetrekking, zoals overnachtingen tijdens dienstreizen en maaltijden
  • Cursussen, congressen, vakliteratuur en dergelijke, voor het onderhouden en verbeteren van de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor het werk
  • Studie en opleiding met het oog op het verwerven van (meer) inkomen en procedures tot erkenning van verworven competenties (evc-procedures)
  • Verhuizingen, als de verhuizing verband houdt met de dienstbetrekking
  • Extraterritoriale kosten (30%-regeling)
  • Gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur, als deze voldoen aan het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium
  • Korting op producten uit eigen bedrijf tot een bedrag van 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten, maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar
  • Arbovoorzieningen
  • Hulpmiddelen
  • Abonnementen voor reizen met openbaar vervoer
  • Kostenvergoedingen voor zakelijke reizen en woon-werkverkeer met eigen vervoer van maximaal € 0,19 per kilometer
  • Losse kaartjes voor zakelijke reizen met openbaar vervoer
Bij optimaal gebruik van de gerichte vrijstellingen blijft er dus meer vrije ruimte over voor andere vergoedingen en verstrekkingen. De kans op overschrijding van de 1,2% vrije ruimte (waarover 80% eindheffing moet worden betaald) wordt dus kleiner.